Zangvogels

Kruisbek

Loxia curvirostra

Inhoud

D e kruisbek is een zangvogel (Loxia curvirostra) uit de familie van de vinkachtigen (Fringillidae). De kruisbek is een stand- en zwerfvogel. Met een afmeting van 15 tot 17 cm is de kruisbek iets groter dan een mus. Opvallend bij de kruisbek zijn de korte, diepgevorkte staart en de stevige, aan de punt overstekende snavel.

kruisbek schets

 

 

De mannetjes zijn geheel steenrood, met een felrode stuit.

 

De vrouwtjes gelig tot olijfgroen met een gele stuit.

 

 

Geluid

Hard ‘kiep-kiep-kiep’ tijdens de vlucht. De zachte, kwetterende zang is het hele jaar door te horen, Verschillende korte geluiden worden afgewisseld met langere ‘jii’ of ‘tertsji’.

Verspreiding

De kruisbek is verspreid in heel Europa met grote leemten in de verbreiding. In onze naaldbossen onregelmatig voorkomend tot de boomgrens van de Alpen. Vaak grotere invasies buiten het broedgebied van juni tot september, invasietrekvogel. De kruisbek Leeft normaal gesproken in naaldbossen, duikt ook vaak op in tuinen, parken of gemengde bossen.

Voortplanting

De kruisbek Bouwt zijn nest hoog bovenin naaldbomen. Legtijd voornamelijk maart en april, maar kan in ieder jaargetijde broeden, afhankelijk van de beschikbare hoeveelheid denappels. De kruisbek heeft 1 legsel per jaar. 2-4 witte eieren (22 x 1 6 mm) met groenige of blauwige glans met bruine tot lila vlekken. Het vrouwtje broedt alleen de eieren 13 tot 16 dagen uit en past dan 1 week op de jongen terwijl het mannetje voer aansleept. Daarna voederen beide partners de jongen, die het nest na 14 – 22 dagen verlaten. De daaropvolgende 3 – 4 weken zijn de jongen nog van de ouders afhankelijk.

Voedsel

In de zomer insecten, verder meestal zaden van naaldbomen, die ook uit de kegels gehakt worden.

Tags
Toon meer

Gerelateerde artikelen

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Back to top button
Sluiten