Uilen

Steenuil

Athene Noctua

Inhoud

De steenuil is vooral luidruchtig van Maart tot Juni. Overdag houdt de steenuil zich schuilhoudend, maar hij is ook al eens zonnend waargenomen op daken. De steenuil vliegt in diepe bogen en soms hippend op de grond. De steenuil knikt bij onrust als een roodborst. Hij is gevoelig voor strenge winters. Het voedsel bestaat uit insecten, regenwormen en kleine zoogdieren.

Biotoop

Steenuilen leven in diverse halfopen landschappen. Favoriet zijn extensief gebruikte graslanden en andere kleinschalige agrarische gebieden. De aanwezigheid van heggen, houtwallen en (knot)bomen-rijen is van groot belang. De steenuil broedt in holen, in Nederland en België vaak in knotwilgen, boerenschuren en konijnenholen en hoogstamboomgaarden.

steenuilLeefgebied

De steenuil heeft het liefst een landschap met weilanden, knotwilgen, fruitbomen en oude schuurtjes. Bloemrijke weilanden zijn een echt muizen en regenworm paradijs en daar vindt deze uil veel voedsel. Knotwilgen, fruitbomen en schuurtjes hebben dikwijls holletjes waarin de steenuil zijn jongen kan grootbrengen. Hagen en houtkanten zijn plaatsen waar hij zich kan verschuilen. De steenuil is ook dikwijls overdag actief, dan kan je hem zien zitten op knotwilgen of weidepaaltjes, te genieten van het zonnetje. De meeste mensen zien echter de steenuil niet omdat hij zo klein is. Als de steenuil op een paaltje zit is het net of die gewoon wat langer is.
Van oktober tot februari kan je de steenuil van ver horen roepen, een soort “koewie”, gekef en een wat langer “joeeek”. Hij maakt wel veel lawaai.

Voedsel

Het voedsel  is natuurlijk aangepast aan zijn grootte maar pakt wel muizen als hij kan, ook veel regenwormen, kevers en andere insecten en soms kikkers. De steenuil heeft verschillende jachttechnieken.
Loeren vanaf een paaltje, over de grond huppelen en rennen of jagen vanuit een lage vlucht

jonge-steenuilenVoortplanting

Begin februari beginnen de mannetjes een territorium af te bakenen met hun klagend geroep. In maart begint het echte verleiden naar de vrouwtjes toe waarbij de vrouwtjes reageren op het mannetje zijn geroep. Zij zoeken naar oude nesten van andere vogels om hun nest op te slaan, oude boomholtes en vaak zijn dat knotwilgen of een holte in een oud gebouw maar soms ook in een oude konijnenhol. Als ze éénmaal de geschikte plaats gevonden hebben keren ze er ieder jaar terug naar dezelfde plaats.

Het vrouwtje wacht tot haar legsel van drie tot zes ronde mat witte eieren compleet is voor ze eind april of begin mei begin te broeden. Het vrouwtje zit 28 dagen op de eieren voor ze uitkomen en blijft in de nest om de kuikens warm te houden en te voeden. Tijdens het voeden houden de kuikens en zowel de ouders hun ogen dicht een teken van vertrouwen. Tot de kuikens twee weken oud zijn en zelf hun prooi kunnen nemen en verscheuren. Het mannetje is de enige die jaagt en voedsel aanbrengt. Daarna gaat ook het vrouwtje terug jagen. Samen jagen ze veel om voldoende eten te hebben om hun snelgroeiende kuikens te voeden. De jonge uilen zijn na 4 tot 5 weken klaar om uit te vliegen.

Tags
Toon meer

Gerelateerde artikelen

1 reactie

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Back to top button
Sluiten