Rallen

Waterhoen

Gallinula chloropus

Inhoud

Een waterhoen is kleiner dan de meerkoet. Behalve de rode snavelwortel van de waterhoen zijn de witte onderstaartdekveren en de flank- streep langs het lichaam kenmerken. Op het land vallen de lange, groenige tenen (zonder zwemvliezen zoals bij de meerkoet) van de waterhoenen op. Bij opwinding schokt het waterhoen met zijn staart, onder het zwemmen schudt hij regelmatig zijn kop. Voor het opvliegen rennen de vogels vaak (net als de meerkoet) een stukje over het water. Op veel plaatsen zijn waterhoenen tam genoeg om ze te kunnen voeren.

waterhoenGeluid

Meestal maakt een waterhoen een onderdrukt ‘kurk’; bij verstoring ‘kirrek’ en een scherp ‘kikikik’ achter elkaar.

Verspreiding

De waterhoen komt voor in heel Europa tot het noordoosten en woont bij vegetatierijke wateren, ook plassen, vijvers in parken en niet te snel stromende beken. Hij houdt niet van het bergland. Op ijsvrije wateren en voerplaatsen ook in de winter.

waterhoen-broedenVoortplanting

Het nest  is goed verborgen in de overbegroeing. Het nest is gemaakt van plantenmateriaal, met een diepe nestkuil van 15-25 cm doorsnee. De legtijd begint vanaf april tot eind juli en heeft 1 – 2 (3) legsels per jaar. De 5 tot 11 roomkleurige eieren (43×31 mm)  zijn bedekt met vele donkere stippen en vlekken, zie foto onder. Beide partners broeden afwisselend 19 tot 22 dagen. De kuikens van een waterhoen kunnen na 35 dagen vliegen, maar blijven wel langer langer bij de ouders. Oudere broers en zusters voeden vaak de jongere uit het vorige legsel. Het donskleed van de kuikens is zwart, de snavelwortel rood, de ‘wenkbrauwen’ zijn blauw, de poten met de lange tenen zwart.

Voedsel

Waterhoenen eten vooral kleine dieren en delen van planten.

Tags
Toon meer

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Back to top button
Sluiten