Ooievaars

De ooievaar

Ciconia ciconia

Inhoud

De ooievaar is een zeer grote, zwart – witte vogel op lange poten met een lange hals en een lange spitse snavel. Het lichaam en de binnenzijde van de vleugels zijn helemaal wit en de buitenste vleugels en handpennen zwart. De snavel en poten zijn rood en bij de jongen bruinachtig. Elegante vlucht met bedaarde vleugelslag en vaak uitgebreide cirkels. De ooievaar vliegt met een gestrekte hals.

ooievaar-vlucht
Ooievaar in de vlucht

Geluid

De ooievaar is zwijgzaam, behalve af en toe een sissend geluid. Hij kleppert met de snavel aan de nestplaats.

Verspreiding

De ooievaar komt in Europa voor met een oostelijke populatie (zonder Scandinavië) en een westelijke (Spanje, Noord-Frankrijk), daarbuiten grote leemten. In Duitsland broeden beide populaties. Wat af te leiden is aan de richting waarin ze trekken. Vroeger was hij ooit een broedvogel op het hele Midden-Europese laagland, maar tegenwoordig op veel plaatsen verdwenen. Hij komt bij ons voor op open land met vochtige, weinig gebruikte weilanden en plassen. Tijdens de trek en in de winterverblijfplaats (tropisch Afrika) op steppen en savannen.

ooievaar-kuikens
Ooievaar met kuikens

Voortplanting

De grote, vele jaren achtereen gebruikte nesten  worden helemaal vrij gebouwd, bij ons vaak op gebouwen of op alleenstaande bomen. In april – mei worden er 3 – 5 eieren (77 x 52 mm) gelegd en door beide partners 33 tot 34 dagen bebroed. De jongen van de ooievaar worden ook door beide ouders gevoederd en zijn na 55 – 60 dagen in staat om te vliegen.

Voedsel

De ooievaar is een carnivoor en eet bij ons overwegend muizen, kleine vogels, kikkers, regenwormen en kleine zoogdieren. In de steppen hoofdzakelijk sprinkhanen, slangen en hagedissen.

Opmerking

Veel mensen zien de ooievaar dan ook weer als een roofvogel, maar hij hoort thuis in de familie: Ooievaars

Tags
Toon meer

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Back to top button
Sluiten