Vissen

Paling

Anguilla anguilla

Inhoud

De paling is een slangvormige vis met borstvinnen, maar geen buikvinnen; rug-, staart- en aarsvin vormen een doorlopende vinzoom. De paling heeft een lengte tot 1,3 m, maar de mannetjes zijn kleiner (dieren langer dan 45 cm zijn altijd vrouwtjes).

paling-kop
Paling

Kenmerken

De lengte bij vrouwtjes is gemiddeld 60 cm en maximaal 1,3 m bij een gewicht van ongeveer 6 kg. De mannetjes veel kleiner, tot 40 cm. Het lichaam van de paling is lang gestrekt en slangvormig. Rug- en aarsvin onmerkbaar overgaand in de staartvin, verbonden tot een vinzoom die de achterste lichaamshelft geheel omgeeft. Buikvinnen bij de paling ontbreken. Nergens harde vinstralen.

De kop van een paling is van boven gezien toegespitst tot breed afgerond (afhankelijk van de vorm); eindstandige mondopening met diepe, tot onder het oog reikende mondspleet en iets vooruitstekende onderkaak. De huid produceert rijkelijk slijm en lijkt onbeschubd; in feite zijn de schubben zeer klein en geheel in de huid ingebed. De in zoetwater levende fase van de paling is donkerbruin tot geelolijf met geelachtige tot witte buik. Naar zee trekkende dieren (‘schieraal’ of ‘paling’) hebben een sterke zilverglans op de buik en de flanken, sterk contrasterend met de donkere rug; de borstvinnen zijn diepzwart.

Verwisselbare soorten

De nauwverwante Amerikaanse aal (Anguilla rostrata) zou sporadisch in de rivieren van Scandinavië kunnen worden gevonden; ook werd deze soort een tijdlang uitgezet in de landen rond de Zwarte Zee. Een uiterlijk onderscheid met de Europese Aal is er niet, alleen het aantal wervels verschilt. In brakke riviermondingen kan verwisseling met de Zeepaling (Conger conger) optreden; deze soort wordt groter, de rugvin begint al vlak achter de borstvinnen en de onderkaak steekt niet naar voren.

paling
Paling

Leefwijze en biotoop

In de wereldzeeën leven honderden soorten aalachtige vissen, waaronder de bekende murenen maar ook talrijke bizar gevormde diepzeevissen.
Maar weinig soorten brengen althans een deel van hun leven in zoet water door; dat geldt vooral voor de 16 soorten omvattende familie Anguillidae.
Deze zijn haast wereldwijd verbreid; ze ontbreken alleen in de rivierstelsels die in de zuidelijke Atlantische Oceaan en de oostelijke Stille Oceaan uitmonden.

 

Verspreiding paling

Europese rivierstelsels voor zover uitmondend in de westelijke Middellandse Zee, de Atlantische Oceaan, de Noordzee en de Oostzee ; in het gebied rond de Zwarte Zee uitgezet of daar terechtgekomen via kanalen (bijv. in de Donau, via het Rijn-Main-Donaukanaal).
Ook op IJsland; op Groenland komt al de Amerikaanse aal (A. rostrata) voor.

Tags
Toon meer

Gerelateerde artikelen

4 reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Back to top button
Sluiten
Sluiten