Wilgenfamilie

Populier

Populus

De populieren vormen een van de twee geslachten uit de Wilgenfamilie (Salicaceae). Het zijn loofverliezende bomen (minder vaak struiken) met verspreide, ongedeelde en meestal langgesteelde bladen. Populieren zijn tweehuizig, de mannelijke en vrouwelijke bloemen zitten dus aan verschillende bomen. De bloeiwijzen, hangende katjes, verschijnen in het voorjaar, voor de bladeren. De afzonderlijke bloemen zijn onopvallend en zitten in de oksel van een getand of dieper ingesneden schutblad (katjesschub).

populierboomAnders dan bij de wilgen vindt de bestuiving hier door de wind plaats. De vrucht is een doosvrucht met talrijke kleine, van een haarkuif voorziene zaden. Deze verstrikken zich vaak onderling met de haarkuif tot een pluizig geheel dat door de wind over grote afstand vervoerd kan worden. De zaden blijven meestal alleen enkele dagen kiemkrachtig. Er zijn ca. 40 soorten van populieren, verbreid in de gematigde zone van het noordelijk halfrond.

In Midden- en West- Europa zijn drie soorten inheems, de Zwarte populier, de witte abeel en de ratelpopulier. Populieren groeien sneller dan alle andere inheemse bomen. Ze kunnen bijvoorbeeld in vergelijking met een fijnspar zes maal zoveel hout in dezelfde tijd produceren. Het lichte, zachte en onder natuurlijke omstandigheden weinig duurzame hout is geschikt voor verwerking tot spaanplaat, cellulose en papier, en ook worden er lucifers, paletten, kisten, spanen doosjes, klompen en beenprothesen van gemaakt.

Daarom worden ze sinds lang veel aangeplant in bossen; des te meer omdat veel soorten ondanks verschillende gebieden van herkomst gemakkelijk onderling kunnen worden gekruist en de hybriden vaak nog sneller groeien dan de stamouders. De meeste tegenwoordig aangeplante populieren zijn door kruising en selectie ontstane kweekvormen, die meestal via stekken worden vermeerderd. [ onderscheid van de talloze rassen is vaak alleen voor specialisten doenlijk. Om enig overzicht te houden, deelt men ze in groepen (secties) in.

Economisch belangrijke secties zijn:

  • Aigeiros-populieren, waartoe de inheemse en de Amerikaanse Zwarte populier behoren;
  • Leuce-populieren, waartoe de witte abeel en de ratelpopulier behoren, en
  • Tacamahaca-balsem populieren, waarvan de stamouders uit Noord-Amerika en Azië komen.

Bij ons worden balsempopulieren hier en daar aangeplant.
Ze vallen op door grote, kleverige en aromatisch geurende winterknoppen.

Omdat veel populierrassen op in feite ongeschikte bodems werden aangeplant en ook nog door allerlei ziekten werden getroffen, zijn de hoge winstverwachtingen die men vroeger in de bosbouw van populieren had, maar gedeeltelijk behaald.

Tags
Toon meer

1 reactie

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Back to top button
Sluiten
Sluiten