Plataanfamilie

Gewone plataan

platanus x acerifolia

Inhoud

Kenmerkend voor platanen is, dat de winterknoppen verscholen zitten in een holte van de bladsteel en pas na het vallen van de bladeren in de herfst tevoorschijn komen. De bij ons veel aangeplante Plataan is waarschijnlijk de bastaard van de Oosterse plataan (zie hierna) en de westerse plataan (Platanus occidentalis). Hij wordt meestal via stekken vermeerderd.

Vrijstaande bomen ontwikkelen een machtige, van verre opvallende, sterk vertakte kroon op een dikke, korte stam. Hij verdraagt regelmatig terugsnoeien en groeit ook goed in stedelijke omgeving. Een schimmel (Apiognomonia veneta) is de verwekker van een wijdverbreide bladziekte van platanen, zich uitend doorbruin worden en verwelken van de pas ontloken bladeren.

Meestal herstelt de boom zich nog in hetzelfde jaar door het uitlopen van nieuwe bladeren, Kenmerkend zijn de bont gevlekte bast, de bladeren die op die van de Gewone esdoorn lijken maar verspreid staan (i.p.v. tegenover elkaar), en de bolvormige bloem- en vruchthoofdjes. De laatste blijven vaak de hele winter aan de boom hangen.

Verwisseling is mogelijk met de oosterse plataan (Platanus orientalis), die echter dieper ingesneden bladeren heeft, met smallere lobben: middenlob veel langer dan breed (aan de voet). De bloeiwijzen bestaan hier uit 2-7 hoofdjes. De Oosterse plataan is inheems in Zuidoost-Europa, Klein-Azië, Noord-Iran en de westelijke Himalaya en groeit daar overwegend op vochtige plaatsen. In Midden-Europa wordt de Oosterse plataan maar zelden aangeplant, want hij is vorstgevoelig.

Groeiwijze

De gewone plataan heeft een hoge rechtdoorgaand stam met zware, kronkelige, bijna horizontale takken met afhangende uiteinden. Bij oudere bomen is de stam vaak knoestig. De kroon is breed, regelmatig en gesloten. De gewone plataan groeit tot 35 m. Loofverliezend.

Bladeren

Verspreide spiraalvormige bladstand. Tot 12 – 25 cm grote, stevige, handvormige gelobde bladeren. Lobben zijn graafrandig met enkele grove tanden, niet dieper dan de 1/2 ingesneden en spits. Behaarde 4 – 10 cm lange bladsteel en enigszins hartvormige bladbasis.

Bij ontluiken vooral onderaan sterharig behaard; nadien kaal, glanzend groen bovenaan en iets bleker onderaan. Beharing kan irriterend werken op de slijmvliezen en hooikoorts veroorzaken (geldt ook voor dons van de twijgen). Herfstkleur geelbruin. Late bladval. Verteren moeilijk (soms verkeershinder).

Bladeren met vruchten van de Plataan

Bloemen

Twee, zelden meer, bolvormige bloemhoofdjes, onder elkaar hangend aan een groene steel.

Het geheel is 6 – 8 cm lang.

De bloemhoofdjes zijn of mannelijke of vrouwelijke; beide komen wel op dezelfde boom voor (eenslachtige).

Mannelijke bloemhoofdjes staan okselstandig en bloeien geel; vrouwelijke eindstandig en roodachtig groen gekleurd.

Bestaan uit talrijke, dicht op elkaar geplakte, zeer kleine, primitieve bloemen.

Vruchten

Van september tot oktober zie je vruchten aan de boom. Kegelvormige, ca. 1 cm lange, aan de voet behaarde noten in bruine, borstelige, 2 – 4 cm dikke hoofdjes, deze tot 3 (zelden meer) bijeen aan een lange steel omlaaghangend.

Vaak tijdens de winter nog aan de boom en is sierlijk. Opgebouwd uit talrijke kleine nootvruchtjes.

Schors

Al vroeg vormt zich een gladde, grijs- tot geelbruine schors, die met onregelmatige, dunne schubben van uiteenlopende grootte afbladdert (voornamelijk in juli) in grote, brede, maar vrij dunne platen, daardoor vertoont de stam een vlekkig patroon van lichtgekleurde groengele delen onderbast en donkerder gekleurde schorsdelen.

Op oude leeftijd kleurt de stam donkergrijs en is gegroefd.

Plataan - schors

Standplaats

Als park- en laanboom sedert lang in heel Europa verbreid.

Veeleisend: diep, open, vruchtbaar, humusrijk en vochtig.

De gewone plataan heeft voorkeur voor kalkrijke zwaardere bodems, maar geen zware, dichte kleigronden (eist veel lucht in de bodem). Diepstekend wortelstelsel.

Niet op arme droge zandgronden.

Een lichthoutsoort.

Gevoeligheden

De gewone plataan groeit niet op zure gronden of gronden met een hoge grondwatertafel. Gevoelig voor te sterk afgesloten wegdek (ijzeren roosters rondom stammen), wind (steunpaal) en zeewind.

Ouderdom

De gewone plataan bereikt een leeftijd tussen de 300 en 500 jaar.

Hout

Roosachtig bleekbruin, hard, vast, weinig werkend en buigzaam, niet zeer duurzaam, moeilijk te bewerken en te splijten.

Toepassingen

Het hout van de gewone plataan wordt vooral gebruikt in de meubelindustrie (fineerhout) en voor geweerkolven; ook voor kisten, muziekinstrumenten en houtsnijwerk. Geeft bij het branden veel warmte, maar het hout spat wel.

Tips

Een ideale schaduwboom voor stadskommen, dorpspleinen en parken. Even gemakkelijk te strekken als populieren (in oktober; stek best met voetje tweejarig hout).

Tags
Toon meer

1 reactie

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Back to top button
Sluiten