Natuur

bodem en compost

Inhoud

Een gezonde bodem is een gecompliceerd organisme en vergt liefdevol onderhoud. Het gezond houden van de grond verzekert de tuinier van grote opbrengsten en veel plezier aan gezonde planten en bloemen in de tuin. Het belangrijkste middel voor het vergroten en bewaren van de bodemvruchtbaarheid is een uitvoerig grondonderhoud met een zinvolle bewerking op het juiste tijdstip. Een grote vruchtbaarheid van de bodem ontstaat door het optimale samenspel van de natuurkundige, scheikundige en biologische eigenschappen van de grond. Water- en luchthuishouding, structuur en kleur zijn natuurkundige eigenschappen, ph waarde en ph gehalten aan voedingsstoffen de belangrijkste scheikundige, en de in de bodem levende organismen bepalen de biologische eigenschappen.

Grondsoorten

Uitgaande van verschillende ondergrond gesteenten en onder verschillende klimatologische omstandigheden zijn in de loop der tijd uiteenlopende grondsoorten ontstaan uit verweerd gesteente, met als belangrijkste daaronder kleigrond, sloefgrond en zandgrond. In een natuurlijke bodem komen ze in alle lagen in verschillende samenstelling voor. Van leem spreken we bij ongeveer gelijke aandelen klei, sloef en zand. Op deze grondsoorten is met de juiste methode goede en zeer goede tuingrond op te bouwen. Daarvoor is het belangrijk om het ‘organisme’ grond te kennen.

 

aarde

Aarde bestaat voor ongeveer 25% uit lucht, 25% uit water, 45% uit mineralen en 5% uit organische bestanddelen.

Humus

Voor de tuinier is het organische grondaandeel uiterst belangrijk. Het bestaat voor het grootste deel uit humus (ca. 85%) en daarnaast planten wortels (ca. 10%) en (ca. 5%) bodemorganismen, zoals mijten, bacteriën, insecten, schimmels, algen, regenwormen en vele meer. Grondonderzoek en -werk- zaamheden streven in essentie niets anders dan het verbeteren of instandhouden van de levenscondities van deze in de grond levende organismen na. Grondflora en -fauna bewer- stelligen dat plantenresten en andere organische stoffen worden omgezet in voedingsstoffendie opgenomen kunnen worden door planten (de zogenaamde mineralisatie) en in de zo waardevolle humus (humuficatie). Daarvoor hebben de planten zuurstof nodig, die ze als CO2 uitademen. Naast een voldoende aanbod aan voedingsstoffen is de luchtvoorziening derhalve heel belangrijk voor de bodemorganismen.

 

compost

Zand, compost en steenmeel zijn belangrijke hulpstoffen voor de bodem.

 

De pH-waarde

Een niet onbelangrijke rol in de bodemontwikkeling speelt de pH-waarde. Ze is de maat voor de activiteit van waterstofionen in de grond. Naast de beschikbaarheid van de diverse voedingsstoffen beïnvloedt de pH-waarde ook de humusvorming en de ontwikkeling van sommige ziekten (knolvoet). Grond kan als zuur, neutraal of alkalisch geclassificeerd worden. Voor onze tuiniers geldt dat lichte, humeuze grond een pH-waarde van 5,5 en zware leem- en kleigrond een pH-waarde rond 6,5 zou moeten hebben. Af en toe testen bij de grondanalyse is raadzaam. Giften met turf of zuur werkende minerale meststoffen, zoals zwavelzure ammoniak, verlagen de pH-waarde. Kalk en kalkhoudende mest en ook hard gietwaarde verhogen de pH-waarde. het verhogen van de pH-waarde is gemakkelijker dan het verlagen ervan. Daarom mogen kalkgiften uitsluitend na meting van de pH-waarde volgen.

 

Rijpheid van de bodem

Het soortenspectrum van bodemorganismen verandert heel sterk evenredig aan de diepte, aangezien de verschillende soorten zich aan een gewijzigde bodem- vochtigheid, zuurstofgehalte en warmte aangepast hebben en onder telkens specifieke condities hun optimum vinden. Losse, kruimelige grond beantwoordt het beste aan deze verschillende eisen. Door gepaste grondbewerking en bemesting kunnen we de vorming van een kruimige structuur bevorderen. Een duurzaam stabiele kruim structuur ontstaat echter alleen door zogenoemde kalkbruggen bij voldoende kalktoevoer (grondonderzoek!) en de activiteit van bodemorganismen in de vorm van slijmafscheidingen en door woekering met schimmeldraden. Heeft de grond een ideale toestand bereikt, dan spreken we van rijpe grond.

Regenworm

 

De regenworm draagt een belangrijk steentje bij aan de vorming van humus

 

Grondbewerking

De verschillende methoden van grondbewerking zijn in twee groepen te verdelen: de kerende en de losmakende technieken. Kerende grondbewerking, zoals omspitten en ploegen, waarbij het onderste naar boven wordt gehaald, zijn alleen bij zeer zware grond en ook dan nog uitsluitend aan het begin van de bebouwing zinvol. Traditioneel worden deze onderhoudsmaatregelen in de herfst uitgevoerd. Het daarmee beoogde openbreken van grove bodemschollen eindigt in de regel in de volledige vernietiging van de belangrijkste grondkruimelstructuur. De bodemorganismen worden gedood en de nog aanwezige voedingsstoffen spoelen in de ondergrond weg. Als oogstresten, groenbemesting, compost en mestgiften de grond moeten verbeteren, dan mogen ze niet te diep in de grond komen – maximaal 15 cm – aangezien in de diepere lagen te weinig zuurstof voor omzetting aanwezig is. Bij voldoende zware grondverhoudingen kan dat ook in de herfst gebeuren, bij lichte, zandig-humeuze grond pas in het voorjaar.

De grond op sperende wijze diep losmaken doet u het beste met een cultivator of grindhak.

De grindhak is een stevig handwerktuig, terwijl de cultivator door een tractor getrokken moet worden en dus alleen voor grote stukken land zinvol is.

Het gebruik van de cultivator verdient aanbeveling op grond bij nieuwbouw, waar de ondergrond door de zware bouwmachines sterk verdicht is.

Als de grond voldoende diep wordt losgemaakt, vormen planten veel wortels en ontsluiten ze daarmee dieper gelegen water- en voedingstofvoorraden.

Ter voorbereiding van een plant- of zaaibed volstaat ondiep graven met de spitvork of licht hakken.

Het bed of perk kan het beste geëgaliseerd worden met een houten hark.

 

tuinmateriaal

De grindhak is een onontbeerlijk stuk gereedschap voor het losmaken, maar niet voor het keren van de grond.

Mulchen

Is door grondbewerking eenmaal een kruimelige bodem ontstaan, dan moet u ernaar streven die ook op lange termijn zo te houden.

Een permanente bodembedekking door begroeiing of mulch komt overeen met de natuurlijke bodemtoestand en houdt de kruimelige structuur in stand.

Zelfs lichte begroeiing met onkruid is beter dan een kale grond.

Laat de teelt het toe, dan zou direct na het planten een mulch  laag aangebracht moeten worden.

In de vakhandel is ook papiermulch te koop.

Die is Crêpepapier met op verschillende afstanden voorgestanste plantgaten.

Het gemakkelijke gebruik maakt het tot een ideale tuinhulp.

Na een cultuurperiode kan het papier ondergegraven of gecomposteerd worden.

Tusenzaaien met een klein blijvende klaversoort sluit de open grond heel snel bij de hoofdgroenteculturen, die lange tijd nodig hebben om hem met hun grote bladeren te beschaduwen.

Een dunne laag grasmaaisel (tot 3cm) is eveneens een uitstekende mulch.

 

TIP

Een mulchbedekking of opgeschoten groenbemesting beschermt de tuin tegen extreem winterweer.

Vochtig blijvende grond mag alleen met een dunne mulchlaag afgedekt worden.

Ook compostgiften zouden altijd met mulch afgedekt moeten worden.

Groenbemesting:

Wannneer bedden afgeoogst zijn, kan een opvolgende cultuur als veldsla of spinazie de vrijgekomen vlakken snel weer bedekken.

Zijn er nog meer vlakken vrij, dan valt een groenbemesting als bodembedekking aan te bevelen.

Neem de groenbemesting op in de vruchtwisseling, of anders gezegd, u mag geen twee plantensoorten van dezelfde familie elkaar laten opvolgen.

Diepwortelende groenbemestingsplanten zijn de kruisbloemigen rammenas, mosterd- en raapzaad.

Veldbonen, klaversoorten, velderwten, wikke en lupine zijn vlinderbloemigen zoals bonen en erwten.

Phacelia, een bijenplant, is heel geschikt, omdat geen enkele bij ons geteelde groente ermee verwant is.

Voor een nieuw aan te leggen tuin kan ook een mix van verschillende groenbemestingsplanten bijdragen aan het activeren van het bodemleven.

Het is raadzaam om daarvoor eenjarige, niet winterharde soorten te nemen.

Werk de groenbemesting al voor de bloei in de grond in om verwilderen te voorkomen.

Is er nog genoeg tijd, dan kan er een tweede regel gezaaid worden.

Niet vergeten: ook groenbemestingsplanten hebben bemesting nodig.

Turf en turfvervangers

Turf is noch als mulchmateriaal noch als bodemverbeteraar geschikt.

Behalve in veenperken en borders zou in de tuin indien mogelijk van turf afgezien moeten worden.

Meerjarig gecomposteerde schorshumus kan turf heel goed vervangen; de grovere bestanddelen ervan vergroten de luchttoevoer en helpen zo de structuur van de bodem op peil te houden.

Ruwe schors direct uit het bos of de zagerij is als mulchmateriaal alleen geschikt voor oudere bomen heesters, want de harsen en looistoffen zijn schadelijk voor de meeste tuinplanten.

Compostcontainers

Verschillende fabrikanten bieden compostcontainers aan.

Denk er bij hun gebruik aan door grof compostmateriaal laagsgewijs voor voldoende beluchting te zorgen.

Bentonietmeel slaat de vrijkomende zuurstof op.

Compostbakken sparen ruimte, terwijl er zich door het contact met de moederbodem gemakkelijker bodemorganismen in vestigen.

Al na enkele maanden kan compost als rauwe humus gemest worden.

Na verschillende keren omzetten ontstaat waardevolle rijpe compost, die voor grondbemesting en als toevoeging aan verschillende aardemengsels gebruikt kan worden.De verantwoordelijke tuinier mijdt compost van onbekende herkomst en met onbekende of dubieuze stoffen in zijn tuin.

Compost van openbare composteringsbedrijven bevatten vaak zware metalen, vooral zuiveringsslibcompost.

compostcontainers

Er zijn compostcontainers in alle soorten en maten te koop.

Hoe composteert u?

Belangrijk is dat het compostgrond bij het inbrengen in de grond en tijdens de compostering goed vermengt, wordt.

Een laag van goed rottend materiaal als heg of grasafval vormt de basis en zorgt voor voldoende luchttoevoer.

Daarop volgen afwisselend enkele lagen compostmateriaal.

Enkele ca. 5 cm dikke lagen tuinaarde tussendoor versnellen het verteringsproces.

De hoop zou niet breder dan 1,5 – 2 meter en niet hoger dan 1 – 1,5 meter mogen worden.

Heeft de hoop zijn maximale omvang bereikt, dan dekt u hem af met aarde, stro of grasmaaisel.

 

Vleesafval en botten, houtas, papierafval, zieke plantendelen, wortelonkruiden, spijsoliën en vetten, sinaasappel- en mandarijnenschillen horen allemaal niet op de composthoop.

Tips uit de praktijk

Als de composthoop vooral uit houtig materiaal bestaat, moet er een zwakke bemesting met hoornmeel volgen.

  • Fijngemalen mineraal meel verhoogt de gehaltes aan sporenelementen.
  • Geef de composthoop in jaren dat het droog is af en toe water.
  • Wees voorzichtig met kalkgiften; kalkstikstof is een stof die niet op de composthoop thuishoort!
  • Eén- tot tweemaal omzetten per jaar versnelt het verteren en zorgt voor zo goed mogelijke compostering.
  • Komen van de composthoop onaangename geuren af, dan is de hoop door zuurstofgebrek gaan gisten. Dan helpt alleen nog omzetten met toevoeging van bentonietmeel en droog materiaal voor beluchting.
  • Bijzonder fijn verkleind kruidig compostmateriaal heeft toereikend lucht nodig. Daarom wordt het als dunnen laag gelijkmatig over de hoop verdeeld.

 

Tags
Toon meer

Gerelateerde artikelen

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Back to top button
Sluiten
Sluiten