Kevers

Johanneskever

Phyllopertha horticola

Deze johanneskever of rozenkevertje, ook wel tuinkever genoemd lijkt ook op de Meikever, maar is veel kleiner. De johanneskever is maar 8 tot 12 millimeter groot. Kop, halsschild, achterlijf en poten van de johanneskever zijn glanzend metalliek groen tot zwart van kleur, de dekschilden van de johanneskever daarentegen meestal lichtbruin, soms ook donkerder. De johanneskever heeft korte sprieten met 3 kieine waaiersegmenten. Kopschild en halsschild dicht gestippeld, dekschilden elk met 6 overlangse stippelrijen. Zijden Van de dekschilden en het lichaam met dichte beharing.

Voorkomen

Deze kever is zeer verbreid en vaak algemeen in het vrije veld, in boomgaarden, hagen en aan bosranden in mei en juni. Vanaf het laagland tot in de bergen. Ook in België en Nederland vooral op zandgronden is de johanneskever een algemene soort.

Leefwijze

De kevers zijn overdag en ‘s avonds actief en vliegen dan druk rond, waarbij zij dan zowel hun partners als voedsel zoeken.

Voedsel

De kevers vreten bladeren van eik, hazelaar en berk, maar geven de voorkeur aan bloemen van kers en rozen, die zij dan beschadigen. In tegenstelling tot vroeger komt grote schade van de johanneskever tegenwoordig niet meer voor. De larven van de johanneskever leven van wortels van grassen en kruidachtige planten, maar veroorzaken door hun geringe grootte geen schade.

Ontwikkeling

De ontwikkeling van een johanneskever duurt 2 tot 3 jaar.

Toon meer

Gerelateerde artikelen

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Back to top button
Sluiten
Sluiten