Primaten

Orang-oetan

Pongo pygmaeus

Inhoud

De schuwe orang-oetan (Maleis voor ‘bosmens’) is de mysterieuze grote rode mensaap van Azië. Hij woont in de afgelegen warme, vochtige oerwouden van Borneo en Sumatra en lange tijd was hij bekender uit fantastische inheemse verhalen en door zijn reputatie als ontvoerder van mooie meisjes dan uit onderbouwde wetenschappelijke onderzoekingen. De laatste jaren is er echter een aantal uitgebreide onderzoeken naar dit fascinerende dier gedaan, en hoewel nog niet alle geheimen ontsloten zijn, is de orang-oetang nu een van de bekendere primaten.

De orang-oetan is een grote, rode, langharige mensaap met een zeer opvallend uiterlijk. Hij is overdag actief en brengt het grootste deel van zijn tijd in de bomen door. Volwassen mannetjes zijn ongeveer twee keer zo groot als wijfjes en hebben wangranden van bindweefsel die hun gezicht vergroten en erg lang haar, dat hun agressieve imponeergedrag nog indrukwekkender maakt.

Verspreiding

Noord-Sumatra en het grootste deel van de laaglanden van Borneo.

orang-oetangsBiotoop

tropisch regenwoud in laagland en heuvelland, moerasbos.

gebieden hangt af van toegang tot groenblijvend en vruchtdragend bos; van zeeniveau tot 2000 m hoog.

Grootte

De kop-romplengte van het mannetje is 97cm, van het wijfje 78 cm, lengte mannetje 137 cm, wijfje 115 cm, gewicht mannetje 60-90kg, wijfje 40-50 kg. 

Vacht

De vacht is dun, lang, stug rood haar, variërend van helder oranje bij jonge dieren tot kastanjebruin of chocoladebruin bij sommige volwassen dieren. Het gezicht van de orang-oetan is onbehaard en zwart, maar rossig op de snuit en rond de ogen van jonge dieren. 

orang-oetan-babyDraagtijd

De draagtijd is tussen de 260 en 270 dagen.

Levensduur Orang-oetan

De levensduur is ongeveer 35 jaar (tot 50 jaar in gevangenschap)

.

Beschrijving

Orang-oetans hebben zeer lange armen om zich door de bomen voort te bewegen en haakvormige handen en voeten. Ze gebruiken hun gewicht om bomen heen en weer te laten zwiepen tot ze de ruimte kunnen overbruggen om van de ene naar de andere boom te komen. De meeste orang-oetans komen slechts zelden op de grond, maar mannetjes vaker dan wijfjes.

Op de grond gebruiken ze hun sterke armen om takken te buigen en af te breken om op die manier voedsel te bemachtigen en slaapnesten voor de nacht te maken. Hun gebit en kaken zijn relatief zwaar om ruwe planten, stekelige vruchtenschillen, harde noten en boomschors open te kunnen scheuren en te vermalen. Orang-oetans hebben een grote keelzak, die het meest ontwikkeld is bij volwassen mannetjes en die tijdens het roepen opgeblazen wordt en als klankkast dienst doet bij de diverse geluiden, vooral bij de territoriale ‘langgerekte roep’ van het volwassen mannetje. Orang-oetan heeft grote hersenen en is evenals de andere mensapen zeer intelligent.

Orang-oetans zijn duidelijk afstammelingen van een van de Sivapithecus fossiele apen uit het Mioceen, maar hun precieze afstamming is niet bekend. Er zijn orang-oetans van reusachtige afmetingen bekend uit het Pleistoceen in China, en subfossiele orang-oetans van ongeveer 30 procent grotere omvang dan de huidige zijn bekend uit grotten op Sumatra en Borneo.

Tijdens het Pleistoceen kwam een kleine vorm op Java voor, maar die is nu uitgestorven. Het lijkt erop dat de voorouderlijke orang-oetans meer bodemdieren waren dan de huidige, maar de verontwikkelde anatomische en functionele aanpassing van orang-oetans aan het tropische regenwoud wijst op een zeer lange, gelijktijdige evolutie van verschillende kenmerken. Uit biochemische vergelijkingen blijkt dat de orang-oetan veel minder nauw verwant is met de mens dan de Afrikaanse mensapen, de gorilla en de chimpansee.

orang-oetanVoedsel

De orang-oetan kan een enorme hoeveelheid voedsel op en zit zich soms de hele dag in dezelfde vruchtboom vol te proppen. Ongeveer 60 procent van al het voedsel dat hij eet bestaat uit vruchten, waar onderbekende tropische soorten als doerian, ramboetan, broodvrucht, lychees, manggis, mango en vijg. De rest van het voedsel bestaat hoofdzakelijk uit jonge bladeren en scheuten, maar de dieren eten ook regelmatig insecten, aarde die rijk is aan mineralen, boomschors en houtige lianen en soms eieren en kleine gewervelde dieren, die ze uit nesten van vogels en eekhoorns halen.

Water wordt uit boomholten gedronken: de aap dompelt zijn hand erin en zuigt de waterdruppels op die van zijn harige pols vallen. Orang-oetans foerageren langzaam, maar over grote afstanden, en meestal alleen, op zoek naar vruchten; ze hebben een buitengewoon talent om die te vinden. Ze trekken op een efficiënte manier door het woud rond, waarbij ze een grote kennis van het woud, de seizoenen en de relatieve posities van bepaalde bomen tentoon spreiden, en ze kunnen bepalen waar de voedselplaatsen zijn door de bewegingen van andere dieren te observeren — vooral die van neushoornvogels en duiven, vogels die hetzelfde voedsel eten.

Voortplanting

Orang-oetans leven lang en planten zich langzaam voort. Hun voortplantingssysteem is gebaseerd op het voortbrengen van een paar goed gezonde, goed verzorgde jongen, niet op grote aantallen met een hoog sterftecijfer. Wijfjes worden geslachtsrijp als ze ongeveer tien jaar zijn en gaan iedere keer een aantal dagen achter elkaar met volwassen mannetjes om tijdens een bronst van verscheidene maanden tot ze zwanger worden.

Daarna leven ze alleen om hun jongen te baren en groot te brengen, die ze zogen tot ze drie jaar zijn. De jongen klemmen zich aan de moeder vast en slapen bij haar in het nest tot zij weer een jong krijgt. De periode tussen de geboorten is soms maar drie jaar, maar bij de meeste populaties in het wild krijgen de wijfjes slechts één jong in de zes jaar en blijven ze vruchtbaar tot ze ongeveer dertig jaar oud zijn. De voortplantingsstrategie van het mannetje bestaat uit het verkrijgen van een gebied waarin zoveel mogelijk bronstige wijfjes wonen.

Hij gaat met deze wijfjes om als ze bronstig zijn en zwanger worden en gedraagt zich agressief tegen andere volwassen mannetjes die zijn gebied binnendringen. Als de wijfjes binnen zijn gebied eenmaal zwanger zijn of voor hun jongen zorgen, zijn ze verscheidene jaren seksueel oninteressant, zodat zeer dominante mannetjes dan soms naar een ander gebied met meer wijfjes trekken. Orang-oetans zijn tamelijk solitaire dieren.

Tags
Toon meer

1 reactie

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Back to top button
Sluiten
Sluiten