Padden

Rugstreeppad

Bufo calamita

Inhoud

De rugstreeppad is een vrij grote pad met opvallend korte poten waardoor hij weinig springt, maar wel in staat is om snel te lopen. De rugstreeppad is gemakkelijk herkenbaar aan de dunne gele streep op de rug. Deze pad heeft een lengte van maximaal 7 cm. De rugkleur is grijsbruin met donkere en lichte vlekken. De keel is ongevlekt en bij de vrouwtjes vuilwit van kleur. De larve van de rugstreeppad is gitzwart van kleur en iets kleiner dan de larve van de gewone pad: 1.5 tot 2.5 cm.

rugstreeppadVerspreiding

De rugstreeppad is een soort van open, hoog dynamische terreinen, bij voorkeur op een goed graafbare bodemsoort. In Nederland en België zijn dat voornamelijk uiterwaarden, heides op hoge zandgronden en in de duinen. Daarnaast wordt hij in west Nederland ook wel gevonden op kleigronden of laagveengebieden. In dat geval is er meestal wel een zandlichaam in de vorm van (spoor)dijken of opgespoten zand aanwezig. Naarmate een gebied meer dichtgroeit met bomen en struweel, verdwijnt de rugstreeppad, om plaats te maken voor de gewone pad.

Ook in zijn voortplantingswater heeft de rugstreeppad het liefste zo min mogelijk begroeiing. Kale oevers en ondiep water zijn de belangrijkste kenmerken voor een geschikt voortplantingswater. Vooral tijdelijke wateren voldoen aan die eisen: vochtige duinvalleien, ondergelopen weilanden en laagtes in heideterreinen. Maar ook regenplassen op opgespoten zand. Vandaar dat ze soms massaal te vinden zijn op bouwlocaties waar zand is opgespoten. Dit zijn logischerwijs tijdelijke vindplaatsen.

Leefwijze rugstreeppad

Zoals de meeste amfibieën is ook de rugstreeppad een uitgesproken nachtbraker. Pas tijdens het invallen van de schemering komt hij tevoorschijn om op open plekken te gaan jagen. Soms zie je ze ‘s nachts op zandpaden hun typische korte sprintjes trekken. De rugstreeppad begint pas laat aan de voortplanting. Zo rond half april trekt hij vanuit zijn overwinteringslocatie (soms wel een meter diep onder de grond) naar het voortplantingswater.

Eenmaal in het water aangekomen laten de mannetjes al zittende in het ondiepe water hun luide roep weerklinken. Het ratelende geluid is tot op een kilometer afstand te horen en trekt soortgenoten uit de wijde omgeving aan. De rugstreeppad is een slechte zwemmer. Hij zoekt altijd een plek op in het water, waar hij op de bodem kan zitten terwijl zijn kwaakblaas net boven het wateroppervlak uitkomt. Op dergelijke plaatsen worden ook de eieren afgezet.

eiersnoer-rugstreeppad
Eiersnoer van de rugstreeppad

De rugstreeppad kent een zeer lang voortplantingsseizoen dat sterk afhankelijk is van de weersomstandigheden. Het begin van het seizoen wordt meestal ingeluid door een periode met warm en vochtig weer. Tot in juli kan opeens weer een opleving in voortplantingsactiviteit plaatsvinden. Veelal na een periode van overvloedige regen en warm weer. Zo werd dit jaar door Piet van Merrebach begin juli, na enkele stortbuien, weer volop roepende mannetjes en eisnoeren waargenomen in het Delerwoud. Het kan dus voorkomen dat er weer eiersnoeren in het water liggen terwijl de juvenieltjes van vroege legsels al gemetamorfoseerd zijn.

De ontwikkeling van ei tot juveniel voltrekt zich bij de rugstreeppad snel. Want hoewel het voortplantingsseizoen ongeveer een maand later begint dan bij de gewone pad, vind de metamorfose vaak tegelijkertijd plaats. Dit is ook wel nodig omdat het type water dat ze voor de voortplanting uitkiezen meestal gedurende de zomer opdroogt.

Dit brengt een risico met zich mee voor de rugstreeppad. Het kan natuurlijk te vroeg opdrogen, waardoor alle larven verloren gaan. Het heeft echter ook voordelen, namelijk dat dergelijk water zeer weinig predatoren bevat (vis, libellenlarven) en snel opwarmt in de zon waardoor de ontwikkeling van het ei en de larve snel kan gaan.

rugstreeppad-paartjeBedreiging en bescherming

De rugstreeppad staat nu te boek als “thans niet bedreigd”. Toch is hij sinds 1950, veertig procent in verspreiding achteruitgegaan. Dit is vooral te wijten aan het verdwijnen van de dynamiek uit de natuur en verdroging van het landschap waar juist tijdelijke wateren sterk onder te lijden hebben.

De huidige trends in natuurbeheer waarbij de grotere natuurterreinen vaak weer natter gemaakt worden en de natuur wat meer zijn gang mag gaan, kan goed uitpakken. Vooral als hierdoor in zandgebieden weer verstuiving kan plaatsvinden. Keerzijde is echter dat veel terreinen weer dicht mogen groeien met opslag. Dat is weer nadelig voor deze soort.

Tags
Toon meer

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Back to top button
Sluiten