Kikkers

Bruine kikker

Rana temporaria

Inhoud

Bruine kikkers kunnen een kop-romp-lengte van 107 mm (mannetjes) bereiken, bij uitzondering 111 mm (vrouwtjes). Meestal blijven ze echter kleiner, gemiddeld 70-90 mm. De rugzijde van de bruine kikker is contrastrijk gekleurd en getekend. Op een donkerbruine (vaak mannetjes) of roodbruinige (vrouwtjes) ondergrond bevinden zich meer of minder talrijke, grote donkerbruine of zwarte vlekken. Vaak is over het midden van de rug een vale, niet scherp begrensde, lichte rugstreep zichtbaar. De lichte streep over de bovenlip kan volledig ontbreken, maar loopt meestal Seizoensvariatie: Buiten de voortplantingstijd zijn de paarkussentjes van de mannetjes licht gekleurd en zijn de dieren niet opgezwollen. De vrouwtjes hebben geen ‘eieruitslag’. Rug vaak met scherp begrensde lichte rugstreep; buikzijde meestal ongevlekt.

Voortplanting

De bruine kikker is een explosive broeder van het vroege voor jaar. De trek naar de voortplantingswateren vindt plaats tussen medio februari en medio april. De trek naar de zomerbiotopen volgt tussen medio maart en eind april. De eieren worden enige dagen na het bereiken van het water afgezet. Verder lijkt het trekgedrag sterk op dat van de heikikker. De vrouwtjes worden bij hun oksels omklemd en zetten één (heel soms twee) eiklompen af, die afhankelijk van de grootte van het vrouwtje 700- 4500 eieren bevatten. In het water zwelt de eiklomp op tot de grootte van een vuist. De eieren hebben een doorsnede van 1,7-2,8 mm, het geleiomhulsel van 8-10 mm. De bovenzijde van de eieren is bijna zwart, .

bruine-kikkerGeslachtsonderscheid

Tijdens de voortplantingstijd zijn de paarkussentjes op de duimen van de mannetjes donkerbruin tot zwart gekleurd. De keel en de omgeving van het trommelvlies zijn vaak blauwig van kleur. Door de ophoping van lymfevocht hebben de mannetje een opgezwollen uiterlijk. Mannetjes hebben verdikte voorpoten en gepaarde inwendige kwaakblazen. Vrouwtjes hebben gedurende de paartijd vaak witte spikkels op de flanken en op de achterpoten (‘eieruitslag’). Seizoensvariatie: Buiten de voortplantingstijd zijn de paarkussentjes van de mannetjes licht gekleurd en zijn de dieren niet opgezwollen. De vrouwtjes hebben geen ‘eieruitslag’

Paarroep

De paarroep kan worden omschreven als een gedempt knorren of brommen. Eén roep duurt 0,25 -1,5 seconden. De intervallen tussen opeenvolgende roepen kunnen in lengte variëren. De mannetjes zitten rechtop in het ondiepe water of drijven op het wateroppervlak en roepen vaak in koor. Hierbij zijn de inwendige gepaarde kwaakblazen duidelijk zichtbaar als kleine zijwaartse bobbels bij de keel. De paarroep wordt slechts zelden onder water geuit. Roepende mannetjes kan men vooral rond het middaguur en in de schemering horen.
Soms kan men ze ook in de herfst horen als de dieren zich verzamelen bij hun overwinteringswateren. De paarroep kan verwisseld worden met de roep van de houtsnip en het kleinst waterhoen.

bruine-kikkerLeefgebied

Net als de gewone pad, bewoont de bruine kikker bijna alle klimaatzones en leefgebieden van Europa, waarbij hij de voorkeur geeft aan koele en schaduwrijke biotopen. Vooral tijdens de warme zomerdagen houdt hij zich op in de buurt van het water. Hij zit hier net als de groene kikkers aan de waterkant en vlucht bij verstoring het water in. Daarnaast leeft de bruine kikker in laagveenweilanden, in moerasbossen en in ooibossen en wordt hij aangetroffen in akkerland, tuinen en midden in stadsparken. Als voortplantingswateren dienen laagveenwateren, het verlandingsgebied van grote meren en poelen,. schaduwrijke bospoeltjes, rustige delen van stomende wateren, bluspoelen, zwembaden, met water gevulde karrensporen, greppels en zelfs plassen en smeltwaterbassins. Op het land leeft de bruine kikker in de dichte bodemvegetatie of soms in holen en tunnels, waar- in hij ook kan overwinteren. Vaak zoekt de bruine kikker het water op om te overwinteren. Meestal zijn dit zuurstof-rijke kwelbronnen. De larven leven op de bodem en in de middelste waterlagen.

Voedsel

23% van de magen van bruine kikkers bevatte aardappelkevers. Circa 12% van de dieren had loopkevers, sprinkhanen en spinnen gegeten. Landslakken, mieren, duizendpoten en vliesvleugeligen werden ieder bij 6% van de dieren aangetroffen. De larven voeden zich hoofdzakelijk met algen, maar zijn soms ook kani-balistisch.

bruine-kikker-kikkerdrilLarvale ontwikkeling, geslachtsrijpheid, leeftijd

De larven hebben als ze uit het ei komen een totaallengte van 6-9 mm en groeien tot een lengte van circa 46 mm. In uitzonderlijke gevallen overwinteren de larven of wordt de metamorfose uitgesteld, waarbij reuzenlarven van wel 70 mm kunnen worden waargenomen. De metamorfose wordt tussen medio juni en medio oktober voltooid, waarbij de meerderheid van de juvenielen in juli hun geboortewater verlaat met een kop-romp-lengte van 10-16 mm. Dit kan per individu, per populatie en per jaar echter aanzienlijk variëren. In de herfst kunnen deze juvenielen al een kop-romp-lengte van 30-35 mm hebben en in de volgende zomer kunnen ze zelfs al geslachtsrijp zijn met een kop-romp-lengte van 50 mm. Bruine kikkers met een lengte van meer dan 65 mm (leeftijd: 3 jaar) zijn bijna allemaal geslachtsrijp. Bruine kikkers kunnen 10 jaar oud worden en mogelijk nog wel ouder.

Vijanden

Tot nu toe zijn bruine kikkers aangetroffen als voedselsoort voor circa 20 Europese vogelsoorten, waaronder de witte en zwarte ooievaar, schreeuwarend, buizerd, rode en zwarte wouw, oehoe, bosuil, kerkuil en merel.  Ringslangen eten bruine kikkers en van de zoogdieren kunnen wild zwijn, vos, das, bunzing en Bruine rat als predatoren genoemd worden.

Afweergedrag

In de voortplantingstijd zijn bruinekikkers erg schuw en duiken ze bij de nadering van een vermeende vijand direct onder water. Bewegingen worden waargenomen tot op een afstand van 20 meter en verder. Op het land vlucht het dier in dichte vegetatie. Bij aanraking drukken de bruinekikkers zich tegen de bodem, tillen de voorpoten op en leggen de handen met naar boven wijzende handpalmen op de ogen. Een enkele keer maken ze ook een geluid.

Jaar- en dagactiviteit

In Midden-Europa overwinteren de bruine kikkers tussen oktober/november en februari/maart. Bruine kikkers overwinteren onder water of op het land. Regelmatig worden onder het ijs actieve bruine kikkers waargenomen. De trek naar het voortplantingswater vindt plaats in de schemering en in de nacht. In de voortplantingstijd zijn de dieren dag en nachtactief, tijdens het verblijf op het land in de zomer zijn de dieren nachtactief. Pas gemetamorfoseerde dieren zijn net als de larven dagactief. Bruine kikkers verwijderen zich doorgaans niet verder dan 80 – 100 meter van het water.

Bedreiging en bescherming

zie de gewone pad. De bruine kikker is in veel delen van Europa nauwelijks bedreigd en vormt vooral in de hoger gelegen berggebieden grote populaties.

Tags
Toon meer

Gerelateerde artikelen

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Back to top button
Sluiten